Introductie
Sinds 1976 ben ik bezig met het onderzoek naar de voorouders van mijn vrouw, Janny Selten. Na circa tien jaar heeft dit geleid tot een genealogie van Selt Lamers (1610-1674). In de jaren daarna is deze genealogie uitgebouwd tot een parenteel, zijnde alle nakomelingen van het echtpaar Selt Lamers en Heijltje Aerts. In 2006 echter werd diens grootvader Selt Aerts (1530-1590) gevonden en hij is dus de oudst bekende stamvader van het geslacht Selten; de parenteel werd daarom uitgebreid naar die van Selt Aerts.
Omdat de families vrij honkvast zijn gebleken – zelfs in deze eeuw nog woonden ruim 80% van alle gezinnen met de geslachtsnaam Selten binnen de driehoek Mill-Wanroy-Haps, een oppervlakte van circa 25 km² – heeft dit onderzoekswerk als bijproduct een digitale Doop- Trouw en Begraafregister van de RK Mill & St. Hubert opgeleverd. Zoek je iemand in Mill of St. Hubert (Noord-Brabant), dan kan ik jou misschien verder helpen. Wil je zelf kijken: klik Doopboek RK Mill (1656-1799) of Trouwboek RK Mill (1655-1799)
Selten
Rond 1530 werd Selt Aerts geboren in Mill (Noord-Brabant). Zijn kleinzoon Selt Lamers is de naamgever van het geslacht Selten geworden. Tot op heden ben ik nog geen Selten tegengekomen die niet op de een of andere manier afstamde van deze Selt Lamers. De gegevens kunt u hieronder inzien aan de hand van de Index op naam.
Maar je hebt Selten’s van de warme, van de koude en van géén kant! Ik zal het proberen uit te leggen. Een Genealogie of Stamboom is de verzameling van alle mannelijke nakomelingen van één echtpaar. De dochters die in een gezin worden geboren worden meestal wel genoemd, maar hun eventuele nakomelingen maken geen deel uit van de Genealogie. Als de achternaam erfelijk zou zijn, zouden allen in een Genealogie dezelfde achternaam hebben. Nu zijn er gevallen bekend waarin kinderen en soms kleinkinderen de achternaam van hun moeder/oma gaan voeren; de reden is vaak omdat de familie van de moeder/oma in hoger aanzien staat dan die van vader/grootvader. Dit nu is ook bij de Selten’s het geval. Helena Selten, eind 17e eeuw geboren, is getrouwd met een Jorden Reijnen en is in Haps gaan wonen. Haar kleinkinderen zijn zich Selten gaan noemen en nazaten daarvan wonen heden ten dage nog steeds in Haps. Deze “Seltens van de koude kant” behoren strikt genomen niet tot de genealogie.
Maar er zijn zelfs Selten’s die zich zo noemen zonder dat ze van een Selten afstammen. Dit is het geval met de nakomelingen van Wolter Theunis (Selten). Joannes Jans Selten huwde begin 18e eeuw met Elisabeth Wouters die uit haar eerdere huwelijk al twee kinderen had, waaronder Wolter. Samen met Elisabeth kreeg Joannes nog 6 kinderen. Zijn stiefzoon Wolter gebruikte echter de achternaam van zijn stiefvader en ging dan ook als een Selten door het leven. Zijn nakomelingen, de Selten van géén kant, die hoofdzakelijk in Wilbertoord te vinden zijn, zijn verenigd in de Parenteel van Wolter Selten, in te zien via het menu hierboven onder Nakomelingen.
Heb je aanvullingen of wijzigingen op mijn gegevens, laat het mij dan weten via het Feedback-formulier.
Selten in boekvorm
In 2010 is de Genealogie Selten in boekvorm uitgegeven. Naast de namen, data en bijzonderheden van onze voorouders tot de nazaten in onze huidige tijd, worden er, voornamenlijk voor de periode vóór 1800, ook tijdsbeelden bij gegeven; deze tijdsbeelden hebben betrekking op de plaatsen waar onze voorouders woonden (voornamelijk Mill, Haps, Wanroy, Beers en St. Anthonis/Oploo). Helaas waren beide delen al heel snel geheel uitverkocht en niet meer beschikbaar, hoewel ze nog wel in de bibliotheek van het Verenigingscentrum van de Nederlandse Genealogische Vereniging ter inzage liggen. Bovendien is de drukker van destijds een jaar of vijf geleden ermee opgehouden (failliet?). Omdat er verzoeken kwamen om de boeken opnieuw uit te geven heb ik naar een mogelijkheid gezocht en die is gevonden bij 24Bookprint. Het eerste deel (1530-1900; de eerste acht generaties) is voor iedereen beschikbaar en kan door hen zelfstandig worden besteld bij de drukker (zie afbeelding hieronder), het tweede deel (1900 tot heden) is alléén voor familie-leden beschikbaar omdat daar hoofdzakelijk nog levende personen in voor komen. Bij deze herdruk zijn een aantal aanvullingen doorgevoerd zoals overlijdensdata en nieuw geboren nakomelingen die door familie-leden zelf zijn aangereikt (ikzelf ga er niet meer actief naar op zoek). Wil je deel II, waarvan de kosten € 28,01 (incl. verzendkosten) bedragen, stuur mij dan een mailtje of klik op 450 Jaar Selten II met het licht-blauwe kaft hieronder.

Deel I is nagenoeg ongewijzigd in herdruk verschenen. Voor Deel II heb ik aanvullend gebruik gemaakt van de informatie die familieleden mij sinds 2010 (de datum van uitgave van de 1e druk) hebben aangereikt, zoals overlijdensdata, geboortedata van nieuwe nakomelingen e.d. Zelf ben ik niet meer actief op zoek gegaan maar aanvullingen.

Zwiebel
Ook ben ik al lange tijd bezig met het onderzoek naar mijn eigen voorouders. Na 40 jaar zoeken werd begin maart 2026 uiteindelijk de oorsprong gevonden: de familie Zweifel uit Zwitserland, wier familiewapen hiernaast is afgebeeld. De eerste persoon met die naam was Ulrich Zweifel van Rufi bij Schänis, die in 1301 als getuige optrad in een rechtszaak en zo via een document bekend werd. In hetzelfde jaar verschenen de eerste Zweifels in het kanton Zürich, meer bepaald in Goldbach bij Küsnacht. Vijftig jaar later kreeg Heinrich Zwivel van Höngg, samen met 41 andere inwoners van Höngg, het burgerschap van de stad Zürich. Vanuit Schänis verspreidde de familie Zweifel zich naar Maseltrangen, Kaltbrunn en Rieden. Uiterlijk in de 15e eeuw hadden ze Tuggen en Weesen bereikt, evenals verschillende gemeenten in het kanton Glarus (Linthal). Linthal werd de voorouderlijke woonplaats van de familie Zweifel in het kanton Glarus, waarvan vijf leden worden genoemd in het in 1518 verschenen jaargetijdenboek, waaronder Fridli (koosnaam van Fridolin), die 18 gulden aan de kerk schonk. Hans, die vanaf 1545 in de archieven voorkomt, was een schoonzoon van penningmeester Hans Wichser, een fervent aanhanger van Zwingli, een belangrijk Remonstrant in Zwitserland. Met name Hans’ zes zonen zorgden voor de snelle expansie van de familie, met takken die zich al snel vestigden in Haslen, Glarus, Netstal, Kerenzen en mogelijk Bilten. Op basis van het aantal telefoonabonnees dragen ongeveer 3.000 Zwitsers in de huidige eeuw deze naam, en volgens het register van Halbert zijn dat er in de VS ongeveer de helft. De spelling van de naam is door de eeuwen heen vaak veranderd. Documenten tonen alleen al in Zwitserland de volgende varianten: Zwivel, Zwieval, Zwifalt, Zwifel, Zwyfel, Zwiffel, Zweiffel en Zweifel. In Nederland kennen we in de 17e en 18e eeuw de varianten Swijvel, Swievel, Swiebel/Zwiebel.
In de hoofdstad Glabus kochten drie Zweifels uit Linthal in de 17e eeuw het recht om de Tagwen (een soort gemeentefeest) te houden. David (1590-1656), de overgrootvader van de stamvader Frederik in Nederland, was de eerste die in 1608 burger werd. Hij nam in 1621 de herberg Löwen (zie foto) over en trad in 1641 toe tot de raad. Na hem werkte Johannes (1644-1662), die in 1627 ook het recht voor de Tagwen verwierf, in de eerdergenoemde herberg. Van zijn kleinzoon Fridolin (Frederik) ben ik een rechtstreekse afstammeling. De derde was de toekomstige Landammann (in het Nederlandse systeem te vergelijken met een Hoogschout/Baljuw/Ambtman) Friedrich, een zoon van de Landweibel (vermeld in Linthal) Jost en neef van de herbergier Johannes van de Löwen. Friedrich (overleden in 1663) verwierf het burgerschap van Glarus, werkte ook in de Löwen en was vanaf 1681 penningmeester. In 1691 werd hem voor drie jaar het kantonszwaard toevertrouwd. Zijn zoon, eveneens Friedrich geheten (1677-1728), die als districtssecretaris in Wiesendangen werkte, stichtte een tak van de familie in het eerdergenoemde graafschap, waarmee hij een slagersfamilie in Grabs tot een vooraanstaande positie bracht. Onder de andere Glarus-ambtenaren moet Landweibel Friedrich (1700-1732) worden genoemd, die Wiesendangen vanaf 1712 bestuurde.
Hoe de “Genealogische bewijsvoering” zich voltrekt kun je hieronder zien in de extra informatie over Frederik Bernhard S(Z)wiebel.
Daarnaast zijn nog twee naam-takken uit de Franse Elzas onderzocht: een tak bestaande uit de afstammelingen van het echtpaar Zwiebell-Barbe aan het begin van de 17e eeuw en een tak bestaande uit de nakomelingen van Jacob Zwiebel, geboren aan het begin van de 18e eeuw.
Voor de Zwitserse nazaat met zijn eigen Homepage en humor zie “Ohne Zweifel, die Zweifels sind nicht ohne.”
Parenteel S(Z)wiebel in boekvorm

Wil je de eerste 45 pagina’s inzien? Dat kan. Op verzoek stuur ik je een link naar het ‘inkijkexemplaar’ .
Kwartierstaat
Een kwartierstaat geeft jouw werkelijke afstamming weer; jij hebt twee ouders, die elk ook op hun beurt twee ouders hebben en die op hun beurt ook weer enzovoorts. De aantallen verdubbelen elke generatie die je terug gaat in de tijd: 1 (dat ben je zelf), 2 (jouw ouders), 4 (jouw grootouders), 8 (overgrootouders), 16, 32, 64 128 enzovoorts. Schematisch ziet dat er zo uit:

Statistisch gezien zijn we in Europa allemaal afstammelingen van Karel de Grote; hij is ongeveer 36 generaties voor ons geboren en het aantal voorouders in die tijd is rekenkundig ongeveer 334 biljoen, terwijl het aantal levende personen rond 750 in Europa geschat wordt op nog geen 25 miljoen. De kans dat tussen die 334 biljoen Karel de Grote niet voorkomt is te verwaarlozen. Het probleem is alleen kunnen we dat ook in individuele gevallen moeten kunnen aantonen. Voor ons is dat gelukt. Hiernaast de afbeelding die in 1345 in Aken van hem is gemaakt; of hij er in werkelijkheid ook op geleken heeft weten we niet, maar in tijd gezien is het een afbeelding die het dichtst bij zijn leven stond.
Op het moment dat twee mensen die aan elkaar verwant zijn in jouw kwartierstaat voorkomen, dan komt de gezamenlijke voorouder twee maal in jouw kwartierstaat voor. Omdat we dubbel werk niet hebben uitgevonden, gaan we dan met één van die dubbele voorouder niet verder en is er, zoals genealogen dat noemen, sprake van kwartierverlies. Soms is dat kwartierverlies heel ‘dichtbij’, als bijvoorbeel achterneef met achternicht trouwt, soms wat verder weg (Sietske en Gijs, onze dochter en partner bijvoorbeeld zijn in de 17e graad verwant en hun gemeenschappelijke voorvader is begin 18e eeuw geboren) en soms nog veel verder (zoals bijvoorbeeld wij, Janny en Roland, die in 31e graad verwant zijn). Hoe verder terug in de tijd, hoe meer er sprake zal zijn van kwartierverlies. Géén enkel genealogisch programma brengt dat kwartierverlies in kaart. Dat is logisch vanwege die verdubbeling bij elke generatie. Als je met die dubbele voorouder door zou gaan, dan leidt dat in 10 generatie’s daarvoor tot 1024 extra opgenomen voorouders en weer 10 generaties verder tot zelfs meer dan 1.000.000 dubbel-opgenomen personen! Maar omdat het wel aardig zou zijn om te weten hoe vaak Karel de Grote (van wie wij in Europa allemaal afstammen) in de kwartierstaat voorkomt, heb ik in mijn programma een module geschreven die dat wel doet. Éénmaal per jaar laat ik dat doorrekenen (alleen het doorrekenen duurt al een uur of 6) en dan komen er deze cijfers uit:
Gegevens Kwartierstaat van onze kleinkinderen Juna en Revi per 25 december 2024:
De 30.022 unieke voorouders vullen in 50 generaties gezamenlijk 933.664.497 (dus bijna 1 miljard) kwartieren waarin Karel de Grote alleen al 1.735.236 maal voorkomt. Overigens zuiver rekenkundig zouden de 50 generaties in totaal 562.949.953.421.312 (ruim 562 biljoen) kwartieren kennen waardoor de bekende kwartieren nog maar slechts 0,00002% van het totaal uitmaken.