Frederik Zwibel (1721-1771), timmerman, en Katrina Kattenburg
(1725-1801)
Frederik Zwiebel
is gedoopt
in de Hoogduitse Kerk aan het Noordeinde in Den Haag (zie de afbeelding hieronder) op
zondag 18 mei
1721 als jongste zoon van Frederik Zwiebel en Sybilla Kruder. Hij werd lidmaat van de Nederlandse Hervormde Kerk in 1746 en woonde toen op de Turfmarkt. Frederik rouwde op 24-jarige leeftijd op zondag 15 mei 1747 in Den
Haag met de 20-jarige Katrina Kattenburg, gedoopt op zaterdag 26 mei 1725 in Den Haag als dochter van Winandus Kattenburg en Anna Maria de Lange Comminget.
Het echtpaar Frederik-Katrina kreeg 6 kinderen, 1 meisje en 5 jongens, waarvan één jongen op jeugdige leeftijd overleed. Frederik verdiende de kost als timmerman. Verder is helaas (nog) niet meer over hem bekend. Hij overleed op 49-jarige leeftijd, volgens de ontvanger van de grafrechten, de gaarder, was hij 50 jaar oud en is hij aan jicht overleden, en begraven op maandag 22 april 1771 in Den Haag. Katrina Kattenburg stierf op 75-jarige leeftijd en werd op zaterdag 7 februari 1801 in Den Haag begraven. De afgebroken Hoogduitse Kerk aan het Noordeinde in Den Haag

De
aartsvader van de
Kattenburgs, afkomstig uit de Elzas, had zich in de 18de eeuw
in de
Nederlandse Republiek gevestigd. Aanvankelijk dreef de
familie een
kleermakerij en stoffenhandel in Haarlem.
In 1911 richtte de familie Kattenburg de confectiefabriek
Hollandia-Kattenburg op (officieel heette deze De Hollandia
Confectiefabrieken Kattenburg N.V.) In 1917 vestigde de
familie een
fabriek in Amsterdam-Noord. Jacob Nathan Kattenburg,
geboren in 1877,
was een telg uit een joodse textielfamilie. Jacques grootvader
Levi
Abraham Kattenburg, gehuwd met Grietje Diamant, breidde
omstreeks 1850
met zijn tien zonen (het elftal van Kattenburg) de handel uit
naar
meerdere steden. Als onderdeel van de Maatschappij
Kattenburg werd een
keten van kledingwinkels onder de naam Magazijn Nederland
opgezet.
Behalve in Haarlem kwamen er zaken in Amsterdam, Utrecht,
Den Haag,
Rotterdam en zelfs Zierikzee. Jacques vader Nathan L.
Kattenburg (uit
het elftal) had een kleermakerij op de Amsterdamse
Nieuwmarkt. Toen
Jacques negen jaar was, verhuisden bedrijf en gezin naar
Kalverstraat
26, naast Café Suisse. Op de bovenste etage was een atelier,
waar
maatkleermakers en drie coupeurs werkten. Zij maakten de
uniformkleding
die Kattenburg leverde aan de Amsterdamse politie, de
schutterij, de
brandweer, de Kweekschool voor de Zeevaart en de
adelborstenschool in
Den Helder.
Acten:
Doop:

Huwelijk:

Overlijden:
