header

Menu
Menu / Site-Map

Nieuw op de site

Pas op Facebook!


Windows vs Linux?


Onze uitjes



Zoeken



Contact

Wat zijn de verschillen bij USB-aansluitingen

Bij USB maken we onderscheid tussen de gebruikte Standaard en de soort Poort. Beide onderdelen worden vastgelegd door het USB Implementers Forum. SInds 1998 worden die vastgesteld.

De Standaarden

De standaarden worden met cijfers en volgnummers aangegeven: USB 1.1, USB 2.0, USB 3.0 en de laatste USB 3.1. USB1.0 heeft ook bestaan op papier maar is alleen nooit op de markt gebracht.
USB 1.1 kende een maximale overdrachtssnelheid van 12 Mbps enwerkte op 2,5 V spanning met een maximale stroomsterkte van 500 mA. De opvolger, USB 2.0 werd in 2000 geintroduceerd waarbij de overdrachtssnelheid naar 480 Mbs werd gebracht. Ook de maximale stroomsterkte output werd verhoogd naar 1,8 A. Deze heeft vrij lang als standaard gegolden, want de opvolger kwam eerst in 2008: USB 3.0. Het voltage werd verdubbeld en vanaf dat moment werd de USB-spanning de nu overbekende 5Volt. Tevens ging de maximale overdrachtsnelheid naar 5 Gbps. Vanaf dat moment kwamen de mededelingen van de computer dat jouw USB-poort sneller kon gaan werken als je hem update. In 2016 werd USB 3.1 geboren. USB 3.1 levert 10 Gbps en maximaal 20 volt en vijf ampère.

De Poorten



De moeder van alle USB-poorten is de A-poort. De USB 1.1, 2.0 en 3.0-standaard maakten gebruik van dezelfde poort: Type A. De Type A-poort is de klassieke USB-poort en haar uiterlijk bleef sinds 1998 onveranderd. Hoewel opeenvolgende usb-standaarden geavanceerder werden, bleef het binnenwerk van de poort op zo’n manier geordend dat nieuwere standaarden fysiek compatibel bleven met oudere. Een USB 3.0-stick past dus in een USB 2.0-poort, aangezien beiden gebruik maken van de Type A-aansluiting. Om de nieuwste USB 3.0 van de oudere USB 2.0 te kunnen onderscheiden kozen de meeste fabrikanten er voor om de USB 3.0 poort een felblauwe kleur te geven.

De type B-poorten en connectoren
zijn een allegaartje, zoals je hierboven kunt zien. Ze worden gebruikt om allerlei verschillende apparaten aan te sluiten van printers via tablets naar smartphones. Je hebt ze in micro, mini, 10-pins en 5 pins. Allemaal afhankelijk van het apparaat dat je wilt verbinden.

De chaos werd zo groot dat de producenten in 2016 overeen kwamen een nieuwe standaard in gebruik te gaan nemen, die alle voorgaande typen zou moeten vervangen, de USB C-aansluiting. De Type-C-poort brengt fysiek een heel aantal voordelen met zich mee. Ze heeft het formaat van een microUSB-aansluiting maar is veel steviger. Bovendien heeft ze geen boven- of onderkant, waardoor het nauwkeurig kijken of gewoon botweg proberen tot het verleden behoort. Langs de technische kant kan ze overweg met hogere transfersnelheden maar ook grotere hoeveelheden stroom. Via een USB Type-C-aansluiting kan je genoeg stroom sturen om een laptop op te laden. Wordt Type-C omarmt, dan kan je binnenkort je laptop op dezelfde manier opladen als je tablet of smartphone. De Type-C-poort werd ontwikkeld met de toekomst in het achterhoofd en moet dus net als de Type-A-poort meer dan een decennium lang relevant blijven.

De fysieke mogelijkheden van de Type-C worden in de praktijk gecombineerd met de mogelijkheden van de USB 3.1-standaard. Een Type-C-poort zal dus in de praktijk gekoppeld zijn aan een USB 3.1-controller. Dat hoeft echter niet: in theorie kunnen fabrikanten de Type-C-poort ook gebruiken voor oudere USB-versies aan te sluiten.
De Type-C-aansluiting zal naar alle waarschijnlijkheid haar weg vinden naar zowat alle gadgets en toestellen. Zo kan je binnenkort alles met eenzelfde soort kabel opladen, van je smartphone over je tablet tot je laptop, maar ook je smartwatch of je fototoestel. Type-C-kabels hebben in de praktijk twee identieke uiteindes. Het ene past in de computer, het andere in het gadget zoals de harde schijf of de smartphone.

Wat is het verschil tussen USB-lader en USB-snellader?

Nu worden veel apparaten via de USB-poort geladen. Soms zie je er dan ook nog de term Snellader bij staan. Met snelladen laadt je telefoon een stuk sneller op dan normaal. Handig als je net weg wilt en merkt dat je telefoon bijna leeg is; na kort opladen kan je weer een paar uur vooruit. Wat betekent dat?

Bij snelladen stuurt de USB-poort een hoger amperage energie door de kabel. Stel dat je telefoon normaal gesproken 1A stroom opneemt en met snelladen 2A, dan is de batterij nu sneller vol. Dit gebeurt met name als je batterij bijna leeg is. Hoe voller je batterij, hoe minder snel het opladen gaat omdat je batterij het anders zou begeven. Snelladen is hierdoor voornamelijk geschikt als je een lege batterij snel wil opladen zodat je weer een paar uur stroom hebt.

Niet alle opladers zijn snelladers, en niet alle telefoons kunnen via snelladen worden opgeladen. Om gebruik te kunnen maken van snelladen heb je zowel een oplader als een telefoon met snellaadfunctie nodig. Als je oplader niet over een snellaadfunctie beschikt, wordt je telefoon er ook niet sneller mee opgeladen. Heb je wel een snellader, maar geen telefoon met snellaadfunctie? Dan wordt je smartphone op normale snelheid opgeladen. Laad je je smartphone vaak met een powerbank op? Er bestaan ook powerbanks met een snellaadfunctie zodat dit extra snel gaat.

Kortom: de snellader USB houdt rekening met het apparaat dat je er aan hangt en zal alleen dan op snelladen overgaan als dat ook door het apparaat zelf wordt herkend.


laatstelijk gewijzigd: 7 maart 2019
Pagina gemaakt met Bluegriffon onder Linux Mint
<Terug naar Top>