Wild Camperen

Wild camperen: in principe toegestaan!

Na de intrekking van de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR) per 1 januari 2008 was het in beginsel mogelijk om – net zoals in Duitsland of Frankrijk – overal waar je regulier mocht parkeren met de camper, je daarin ook mocht overnachten. Dit was voor vele gemeenten een doorn in het oog en daarom heeft hun beroepsorganisatie, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, een paar regels bedacht waarop gemeenten hun eigenstandig beleid konden ontwikkelen. Er zijn gemeenten die in het gat dat de wet bewust achterliet (een vorm van deregulering door de centrale overheid) zijn gesprongen en inderdaad regels hebben opgenomen met betrekking tot het “recreatief nachtverblijf” op de openbare weg. De meeste gemeenten hebben de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gevolgd en slechts 36 gemeenten hebben het overnachten in de camper op de openbare weg voor 3 achtereenvolgende dagen toegestaan.

Deze gemeenten zijn (stand 25 mei 2019): Alphen-Chaam, Apeldoorn, Boekel, Dantumeradeel, Deurne, Ferweradeel, Franekeradeel, Gemert-Bakel, Gilze en Rijen, Goirle, Haaksbergen, Hardenberg, Heerlen, Hilversum, Kampen, Kollemerland, Laren (NH), Leeuwarden, Littemeradeel, Lochm, Losser, Meerssen, Meppel, Midden-Drenthe, Oostzaan, Sint Anthonis, Sittard-Geleen, Ten Boer, Tilburg, Tubbergen, Utrecht, Voerendaal, Wassenaar, Winssum, Wormerland en Zoeterwoude.

In dat Model Algemene Plaatselijke Verordening (Model APV) is het volgende bepaalt:

Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen

Artikel 4:17 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

  1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.
  2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:
    a. de bescherming van natuur en landschap; of
    b. de bescherming van een stadsgezicht.
  5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen

  1. Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
  2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.
Ten behoeve van recreatief nachtverblijf

Uit dit samenstel van bepalingen kun je afleiden dat het op grond van de Model APV niet is toegestaan om:

  • de camper te plaatsen of geplaatst te houden
  • ten behoeve van recreatief nachtverblijf in de camper zelf
  • buiten een kampeerterrein of
  • daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen.

Het gaat in de eerste plaats om recreatief nachtverblijf in de camper zelf. Als ik met de camper naar Hotel X zou rijden en de camper daar in de buurt zou parkeren, dan is er sprake van een geparkeerde camper. De camper is dan niet geplaatst ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

Essentieel is wat onder recreatief nachtverblijf moet worden verstaan. Omdat het een verbodsbepaling betreft waarop straf staat is het wel een vereiste dat eenieder weet wat er wordt bedoeld, maar helaas, wat recreatief nachtverblijf is wordt niet nader omschreven en dus moet je aansluiting zoeken bij het algemeen spraakgebruik. Daarin is recreatief nachtverblijf “nachtverbijf ter recreatie”. Recreatie is op zijn beurt tijdsbesteding anders gebruikt dan voor beroepsarbeid, het volgen van onderwijs, huishoudelijke arbeid, persoonlijke verzorging of de zorg voor anderen. Essentieel voor recreëren is bovendien dat je dat doet buiten jouw hoofdverblijf, buiten het centrum van jouw sociale en maatschappelijke activiteiten; je kunt per defintie thuis nu eenmaal niet recreëren. Recreatief nachtverblijf wordt daarmede “tijdsbesteding gedurende de nacht anders dan bestaande uit beroepsarbeid, het volgen van onderwijs, huishoudelijke arbeid, persoonlijke verzorging of de zorg voor anderen door personen die hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben.”.

Daarmee gewapend zou je kunnen stellen dat iemand die permanent woont in zijn camper – en dus geen vaste woon- of verbijfplaats elders heeft – niet recreëert en daarmee de persoon bij uitstek is die zijn camper niet gebruikt als recreatief verblijf. Alle andere personen doen dat, als ze in de camper zitten, juist wel..

Waarom mag de vrachtwagenchauffeur wel in zijn voertuig slapen?

Voor de vrachtwagenchauffeur is bepalend dat hij nachtverblijf geniet, niet ter recreatie of ontspanning, maar gewoon omdat hij zich houdt aan het rijtijdenbesluit en dus gedurende zijn werk moet rusten. Voor hem is het slapen in de vrachtauto geen “recreatief nachtverblijf”.

Handhaving?

De zwakke stee in de bepaling is de handhaving. Op overtreding van het verbod staat wettelijk maximaal 3 maanden hechtenis of een geldboete van de tweede categorie (anno 2017 € 3800 ); de meeste gemeenten hebben hier echter gekozen voor een geldboete van de eerste catgeorie, zijnde maximaal € 380 (norm 2017)

De camper is een voertuig bestemd voor de recreatie; in het amerikaans-engels is het een “Recreational Vehicle (RV)”. Maar of die camper ook daadwerkelijk ter plaatse is neergezet tot “recreatief nachtverblijf” is meestal aan de buitenkant van de camper niet te zien. De meeste camperaars zetten, als ze “wild kamperen” al geen kampeermiddelen buiten (wat een directe aanwijzing voor recreatief gebruik/verblijf zal opleveren) en walstroom zullen ze daar meestal ook al niet hebben.
Als nu ook nog de automatische schotel in ingeklapt, de verduisteringsgordijnen geheel gesloten zijn en op geklop van de gemeentelijk toezichthouder/opsporingsambtenaar niet wordt gereageerd, hoe moet de opsporingsambtenaar dan vaststellen dat de camper niet ‘geparkeerd’ staat, maar gebruikt wordt voor ‘recreatief nachtverblijf’? Hij kan natuurlijk wachten tot je wakker wordt en op staat, maar volgens mij vindt zijn werkgever dat geen goede besteding van zijn werktijd.
Mocht hij toevallig (of juist bedoeld) terugkeren terwijl jij net wilt wegrijden, dan kun je natuurlijk altijd de onschuldige hotel-toerist uithangen, die na een nacht in het hotel weer verder wil reizen.

Sommigen gaan zo ver dat ze vinden dat onder nachtverblijf alleen slapen moet worden begrepen. Wakker zitten in de camper zou dan mogen. Ik zou het er niet op gokken; als dat wakker zitten “vrije tijds besteding” is, is er naar mijn mening ook sprake van recreatief verblijf (gedurende de nacht). Ik vrees dat je tegen die stelling weinig verweer kunt voeren.

Ik heb in mijn camperbestaan van meer dan 25 jaar éénmaal het genoegen mogen hebben om een opsporingsambtenaar te ontmoeten toen ik op een parkeerplaats tussen de vrachtwagens stond en kennelijk daar recreatief bezig was (mijn schotel stond uit en vrouwlief zat TV te kijken, terwijl ik buiten met een – toen nog – sigaret in de ene hand en blikje bier in de andere stond). De standaard vraag van de opsporings- ambtenaar “Wat gaan wij hier doen?” kon ik beantwoorden met “Ik weet niet wat U gaat doen, maar ik drink dadelijk nog een pilsje en mag dan zeker niet meer verder rijden. Ik zal dus noodgedwongen de nacht hier door moeten brengen. Morgen gaan we dan weer verder.”. Daarop tikte hij tegen zijn pet en ging zijns weegs.

En hoe is het in het buitenland?

Laten we voorop stellen dat je op reguliere, als zodanig aangewezen camperplaatsen in alle landen mag overnachten, tenzij het verboden is, en natuurlijk ook op campings. Voor de vraag of het daarbuiten, op parkeerplaatsen, langs de weg of echt “in the middle of nowhere” is toegestaan, raadpleeg onderstaand lijstje.

Albanië
Wild camperen toegestaan, behalve in beschermde natuurgebieden
Andorra
Wild camperen verboden, ook op parkeerplaatsen
België
Wild camperen verboden; Op parkeerplaatsen max 24 uur.
Bosnië-Herzegovina.
Wild camperen verboden, ook op parkeerplaatsen
Bulgarije
Wild camperen verboden, Op grote parkeerplaatsen wordt het gedoogd.
Denemarken
Wild camperen verboden; Op parkeerplaatsen max 24 uur.
Duitsland
Wild camperen verboden. Op parkeerplaatsen en langs de weg max. 24 uur (uitsluitend om, zoals de Duitsers zo treffend zeggen: “die Fahrtüchtigkeit zu herstellen”).
Engeland
Wild camperen verboden. Op speciaal aangewezen parkeerplaatsen toegestaan
Estland
Wild camperen in natuurgebieden toegestaan. Op speciale parkeerplaatsen toegestaan.
Finland
Wildkamperen in Finland is erg gebruikelijk. Sterker nog veel parken zijn er ook goed op ingesteld. Zo heb je overal handige voorzieningen zoals houtvuur of gezamenlijke barbecue plaatsen waar iedereen (kosteloos) gebruik van mag maken. Ook kun je naar hartenlust bessen, paddenstoelen of noten plukken. Mits je verder zo zorgvuldig mogelijk met de natuur omspringt.
Frankrijk
Voor campers met een laadvermogen tot 3500 kg èn een “straat”-oppervlakte kleiner dan 20 m² geldt dat overal waar je regulier mag parkeren je ook mag overnachten, zelfs in natuurgebieden 1). Burgemeesters willen nog wel eens een algeheel verbod afkondigen maar dat is in strijd met de wet. 2) Voor campers met een laadvermogen groter dan 3500 kg gelden de regels van “poid-lourds” (vrachtwagens); gemeenten hebben voor vrachtwagens vaak lokale verboden ingesteld om te parkeren en daarvoor bijzondere parkeerplaatsen aangewezen. Buiten reguliere parkeerplaatsen met toestemming van de grondeigenaar.
Griekenland
Wild camperen verboden. Op speciaal daartoe aangewezen parkeerplaatsen toegestaan.
Hongarije
Wild camperen verboden. Op speciaal daartoe aangewezen parkeerplaatsen toegestaan.
Ierland
Wild camperen verboden; Op parkeerplaatsen en langs de weg max 24 uur. Daarbuiten met toestemming van de grondeigenaar toegestaan.
IJsland
Wild camperen verboden, ook op parkeerplaatsen.
Italië
Wild camperen verboden. Op parkeerplaatsen overal toegestaan. Daarbuiten met toestemming van de grondeigenaar toegestaan.
Kroatië
Wild camperen verboden. Op speciaal daartoe aangewezen parkeerplaatsen toegestaan. Daarbuiten met toestemming grondeigenaar en voor openbare gebieden van de politie.
Letland
Wild camperen toegestaan met toestemming lokale overheid of grondeigenaar, behalve nationale parken. Toestemming ook vereist op parkeerplaatsen.
Lithouwen
Wild camperen toegestaan, behalve in nationale parken.
Luxemburg
Wild camperen verboden. Op speciaal aangewezen parkeerplaatsen toegestaan.
Macedonië
Wild camperen verboden, ook op parkeerplaatsen.
Montenegro
Wild camperen verboden, ook op parkeerplaatsen.
Noorwegen
Wild camperen is toegestaan, echter er geldt aanvullend het ‘Terrängkörningslagen’, zeg maar het verkeersreglement wild terrein voor motorvoertuigen. Het is verboden om met een auto, motorfiets, bromfiets of andere gemotoriseerde voertuigen op onbedekte bodem in de natuur te rijden (dus buiten de paden!). Je mag wel vrij over andermans land of water bewegen, zolang dit geen hinder of ongemak voor de eigenaar van het land of water veroorzaakt en je mag één nacht kamperen met een camper op het land van een ander.
Oekraine
Wild camperen verboden, ook op parkeerplaatsen.
Oostenrijk
Wild camperen verboden. Overnachten op parkeerplaatsen toegestaan, behalve in Wenen, Tirol en in nationale parken.
Polen
Regelgeving onduidelijk, geen direct verbod; afhankelijk van interpretatie opsporingsambtenaar! Op aangewezen plaatsen toegestaan.
Portugal
Wild camperen verboden. Op speciaal daartoe aangewezen camperplaatsen toegestaan; in deze laatste categorie worden er veel door de lokale overheid aangelegd met alle voorzieningen en veelal gratis.
Roemenië
Wild camperen toegestaan met toestemming lokale overheid en/of grondeigenaar. Overnachten op speciaal daartoe aangewezen parkeerplaatsen toegestaan
Schotland
Bijna overal toegestaan onder voorwaarden. Zie Scottish Outdoor Access Code
Servië
Wild camperen verboden, ook niet op parkeerplaatsen.
Slovenië
Wild camperen verboden. Op speciaal daartoe aangewezen parkeerplaatsen toegestaan.
Slowakije
Wild camperen verboden. Op speciaal daartoe aangewezen parkeerplaatsen toegestaan.
Spanje
Wild camperen toegestaan onder voorwaarden afhankelijk van regio-bestuur. Overnachten op parkeerplaatsen is toegestaan.
Tsjechië
Wild camperen is verboden. Overnachten op specaal daartoe aangewezen parkeerplaatsen voor campers is toegestaan; camping-gedrag verboden.
Zweden
Wild camperen is toegestaan (“allemansrecht”). Grondregel: “Take nothing but memories, leave nothing but footprints”
Zwitserland
Wild camperen verboden. Overnachten op speciaal daartoe aangewezen parkeerplaatsen toegestaan.

1) Question écrite n° 09409 de M. Jean Louis Masson (Moselle – NI)
publiée dans le JO Sénat du 02/07/2009 – page 1651
M. Jean Louis Masson demande à M. le ministre de l’intérieur, de l’outre-mer et des collectivités territoriales de lui indiquer quelles sont les règles de stationnement des camping-cars sur le domaine public et sur le domaine privé et quels sont éventuellement les pouvoirs de réglementation des maires.

Réponse du Ministère de l’intérieur, de l’outre-mer et des collectivités territoriales
publiée dans le JO Sénat du 24/06/2010 – page 1637
Les camping-cars sont considérés soit comme des véhicules de catégorie M1 conduits avec un permis B, lorsque leur poids est inférieur à 3,5 tonnes, soit comme des poids lourds, lorsqu’ils dépassent le tonnage de 3,5 tonnes (art. R. 221-4 du code de la route). Les camping-cars peuvent stationner au même titre que les autres véhicules de la catégorie à laquelle ils sont rattachés et dans le respect des mêmes règles. En effet, s’agissant de véhicules automobiles, les camping-cars ne sauraient être privés du droit de stationner sur le domaine public, dès lors que leur arrêt ou leur stationnement n’est ni dangereux (art. R. 417-9 du code de la route), ni gênant (art. R. 417-10 et R. 417-11 du code précité) ni abusif (art. R. 417-12 et R. 417-13 du même code). Dans les zones touristiques délimitées par l’autorité investie du pouvoir de police, le stationnement gênant d’un véhicule ou d’un ensemble de véhicules de plus de 20 mètres carrés de surface maximale est considéré comme abusif lorsqu’il est poursuivi pendant plus de deux heures après l’établissement du procès-verbal constatant l’infraction pour stationnement gênant. Le stationnement abusif est puni de l’amende prévue pour les contraventions de la quatrième classe. Lorsque le conducteur ou le titulaire du certificat d’immatriculation est absent ou refuse, malgré l’injonction des agents, de faire cesser le stationnement abusif, l’immobilisation et la mise en fourrière peuvent être prescrites dans les conditions prévues aux articles L. 325-1 à L. 325-3 du code de la route. Hors zones particulières, tout stationnement au même endroit pour une durée excédant sept jours est proscrit. Le maire peut de plus réduire cette durée par un arrêté municipal motivé. Le droit de prescrire des mesures plus rigoureuses lui est notamment accordé par l’article R. 411-8 du code précité, dans la limite des pouvoirs qui lui sont conférés par les lois et règlements, dès lors que la sécurité de la circulation routière l’exige. Le maire peut également fonder ses décisions sur l’intérêt de l’ordre public. Par ailleurs, le maire peut, par arrêté motivé, au titre de ses pouvoirs de police de la circulation et du stationnement et eu égard aux nécessités de la circulation et de la protection de l’environnement, interdire ou réserver à certaines heures l’accès de certaines voies de l’agglomération ou de certaines portions de voie à diverses catégories d’usagers ou de véhicules, ou encore réglementer l’arrêt et le stationnement des véhicules ou de certaines catégories d’entre eux, ainsi que la desserte des immeubles riverains (art. L. 2213-2 du code général des collectivités territoriales). Toujours par arrêté motivé, le maire peut ainsi, par exemple, interdire l’accès de certaines voies ou de certaines portions de voies ou de certains secteurs de la commune aux véhicules dont la circulation sur ces voies ou dans ces secteurs est de nature à compromettre soit la tranquillité publique, soit la qualité de l’air, soit la protection des espèces animales ou végétales, soit la protection des espaces naturels, des paysages ou des sites ou leur mise en valeur à des fins esthétiques, écologiques, agricoles, forestières ou touristiques. Dans ces secteurs, le maire peut, en outre, soumettre à des prescriptions particulières relatives aux conditions d’horaires et d’accès à certains lieux et aux niveaux sonores admissibles les activités s’exerçant sur la voie publique, à l’exception de celles qui relèvent d’une mission de service public (art. L. 2213-4 du code général des collectivités territoriales). Sauf circonstances locales exceptionnelles, les motifs légaux tirés de l’article L. 2213-4 du code général des collectivités territoriales ne permettent pas d’édicter à l’encontre de tous les camping-cars une interdiction générale de stationner sur l’ensemble de la commune. La jurisprudence du Conseil d’État s’est du reste toujours montrée hostile aux interdictions générales et absolues. Certaines restrictions peuvent en effet être tolérées à condition qu’elles ne soient ni générales ni absolues et que leur justification apparaisse comme suffisamment motivée au regard des contraintes locales par des considérations liées à la sécurité, la salubrité, la tranquillité publiques, ou bien encore à l’environnement (Conseil d’État, 24 janvier 1994, commune de Vauxaillon). S’agissant du stationnement sur le domaine de personnes privées, le code de l’urbanisme considère le camping-car comme une caravane et précise donc les conditions et les limites de son stationnement (art. R. 111-37 à R. 111-40, R. 421-23 et R. 421-19 du code de l’urbanisme).

2) In de artt. L411-11 e.v. regelt de Code de la Route in extenso de bevoegdheden van de burgemeester om maatregelen te nemen om de circulatie van het verkeer te bevorderen. Op grond hiervan moet een dergelijk reglementeren helder worden gedefinieerd en gemotiveerd en zij mogen alleen verband houden met specifeke criteria, geldend voor alle voertuigen zoals gewicht, grootte, hoogte enz. Categoriale verboden (zoals bijvoorbeeld alleen voor campers) mogen niet worden ingevoerd.
De Minister verwoord het aldus (als jouw Frans goed genoeg is): “Sauf circonstances locales exceptionnelles, les motifs légaux tirés de l’article L. 2213-4 du code général des collectivités territoriales ne permettent pas d’édicter à l’encontre de tous les camping-cars une interdiction générale de stationner sur l’ensemble de la commune. La jurisprudence du Conseil d’État s’est du reste toujours montrée hostile aux interdictions générales et absolues. Certaines restrictions peuvent en effet être tolérées à condition qu’elles ne soient ni générales ni absolues et que leur justification apparaisse comme suffisamment motivée au regard des contraintes locales par des considérations liées à la sécurité, la salubrité, la tranquillité publiques, ou bien encore à l’environnement (Conseil d’État, 24 janvier 1994, commune de Vauxaillon).

laatstelijk bijgewerkt 10 juli 2018

Hoe nuttig was deze informatie?

Het spijt ons dat de infformatie niet niuttig was.