Op wintersport

Wij zijn jarenlang in de winter met de camper naar de wintersport gegaan. De koudste omgeving hebben we gehad op een camping op 1000 m hoogte, waarbij het ‘s nachts een enkele keer -35 gr. Celsius heeft gevroren (en dus meer dan mijn standaard koelvloeistof met “nederlandse” antivries aan kon; het gevolg was een stuk gevroren radiator!)

De NKC heeft aan winterse omstandigheden met de camper een pagina gewijd; ik ga het wiel niet opnieuw uitvinden dus lees die pagina.

Ter aanvulling nog een paar tips:

  1. Laat ‘s nachts de kastjes open en de verwarming aan (kan wel een paar standjes lager, maar uit zeker niet). In de winter hangt er altijd meer waterdamp in de camper dan in de zomer omdat je de neiging hebt om alles zo gesloten mogelijk te houden: het tocht anders zo. Maar daardoor is er ook sprake van een hogere condensatie en worden koude oppervlakten nat (ramen, maar ook wanden).
    Hymer campers en die uit Scandinavië zijn uitermate geschikt en ingericht om de sneeuw op te zoeken. Franse en Italiaanse campers laten hier en daar dan wel eens een steekje vallen. Bij mijn Autoroller (Italiaans/Frans) moet ik ‘s nachts de keukenkastjes open laten omdat anders de waterleiding bevriest!
  2. Doe de winterkapjes op de ventilatie roosters van de koelkast; dit helpt ook om het bevriezen van de waterleiding te voorkomen en de koelkast heeft nauwelijks koeling nodig in de winter.
  3. Zet de camper bij aankomst op vier houten plankjes. Door condenswater dat van het dak af naar beneden loopt, maar onmiddellijk bevriest zodra het de grond raakt, raken jouw banden ingevroren en loop je als je weg wilt te zeulen met warm water om ze vrij te krijgen. Als je ze op plankjes zet, raken alleen de plankjes ingevroren.
  4. De vuilwatertank is bij de meeste campers niet vorstvrij; de inhoud bevriest dus. Zet de tank open en een emmer er onder voor de opvang van het vuilwater. Dagelijks leeg maken is dan wel geboden, maar je zult zien dat je zeker niet de enigste bent.
  5. Een kleine wintertent biedt ook meer comfort. Niet alleen wordt de toegangsdeur daardoor beschut en waait de sneeuw niet naar binnen als je die open doet, maar je hebt ook meer ruimte om winterjassen en dergelijke aan te trekken. Onze sneeuw boots en ski’s stonden ook altijd in de wintertent. We moesten daar wel een extra geleiderail (ja hoor, net zo een als aan caravans voor hun tent) bevestigen, maar dit kan met Sikaflex, zodat je niet hoeft te boren.
  6. Als je een elektrisch trapje hebt, gebruik die niet. Je hebt grote kans dat het trapje vastvriest en dan krijg je hem bijna niet meer ingetrokken. Ik heb er op een gegeven moment na een uur föhnen de brui aan gegeven en hem naar binnen geschopt (met als resultaat een defect mechanisme)
  7. Als je lang stil blijft staan (een week of langer) start dan een keer de motor en laat hem op temperatuur komen.
  8. Meestal heb je niet genoeg gas bij je. Waar je in de zomer makkelijk vier weken met een 11 kg propaan uit komt, heb je die in de winter al na twee dagen verbruikt. Op bijna alle wintercampings in Duitsland en Oostenrijk ruilen ze DIN-flessen om. Let wel op: in Duitsland en Oostenrijk hebben ze een omruilsysteem (geen vulsysteem zoals wij in NL). De overjarige flessen worden wel uit circulatie gehaald maar dat gebeurt bij een jaarlijkse controle. Je zou dus een overjarige fles terug kunnen krijgen. Achteraf reclameren helpt niet (weet ik uit ervaring). Ook bieden veel wintercampings de huur van grote cilinders propaangas (33 kg) aan. Een 33 kg -fles is ruim genoeg voor een week.

laatstelijk bijgewerkt: februari 2018

Hoe nuttig was deze informatie?

Het spijt ons dat de infformatie niet niuttig was.