Extra informatie

Heer van Voorne, vermeld 1108, leenman van de graaf van Holland. Obreen (NL 1928, 294) noemt een Hugo van Voorne die tweemaal in 1108 als getuige optreedt in oorkonden van bisschop Burchard van Utrecht. C. Hoek (met een verwijzing naar dhr. Kort), "De heren van Voorne en hun heerlijkheid", in Van Westvoorne tot St. Adolfsland. Historische verkenningen op Goeree-Overflakkee, Ouddorp 1979, blz. 115-145) merkt terecht een verschil op tussen beide oorkonden. In de eerste oorkonde van 26 juni 1108 is Hugo van Voorne de eerste van rang onder de getuigende edelen van de graaf van Holland (blz.134). Een korte tijd daarna op 9 augustus 1108 neemt Hugo van Voorne in de getuigenrij van dertien vrije leken een bescheiden 10e plaats in (blz.139). Volgens Kort kan deze laatste Hugo gezien zijn bescheiden plaats niet de heer van Voorne zijn. Hoek concludeert daaruit dat er twee Hugo's van Voorne zijn geweest, volle neven en vernoemd naar dezelfde grootvader. Hoek ziet in de heren van Voorne ook afstammelingen uit de graven van Holland. Ergens in een jongere generatie na Dirk I, wellicht uit een jongere broer of zoon van Dirk II. De oudste vermeldingen van het geslacht van de heren van Voorne dateren pas uit 1108 en de daaropvolgende vermeldingen zijn bijzonder schaars zoniet totaal afwezig tot 1156. De twee getuigende Hugo's van Voorne uit 1108 zijn dus te beschouwen als twee personen. Waarom dan niet als vader en zoon? Vader Hugo I is dan in 1108 overleden tussen 26 juni en 8 augustus waarna hij als heer van Voorne is opgevolgd door zijn gelijknamige maar nog jonge zoon Hugo II. De oudste Hugo van Voorne was een volwassen man in de bloei van zijn leven. De jongere Hugo van Voorne kwam net kijken en moest zijn aanzien in de grafelijke en bisschoppelijke omgeving nog verwerven. In deze visie zal Hugo van Voorne junior pas na 1108 als nieuwe heer van Voorne en verantwoordelijk voor het voortzetten van het geslacht aan een huwelijk zijn gaan denken. Het volgende is ontleend aan Coenen. De Voornes worden in het begin van de dertiende eeuw onder de nobiles gerekend, een schaars artikel in de vroege geschiedenis van Holland en Zeeland, zeker wanneer we in ogenschouw nemen dat in de vroege dertiende eeuw, afgezien van de aan de Voornes verwante geslachten Van der Woerd en Van Naaldwijk, alleen het geslacht Van Teilingen voor dit predicaat in aanmerking komt. De plaats die door de Voornes in de (grafelijke) getuigenlijsten wordt ingenomen, lijkt in overeenstemming te zijn met hun adellijke afkomst. Zo prijkt Hugo van Voorne in 1108 in een door bisschop Burchard van Utrecht uitgevaardigde oorkonde te midden van de principes. Hij volgt onmiddellijk na Floris II van Holland en Gerard van Wassenberg, stamvader van het Gelderse gravengeslacht. Ook in de grafelijke getuigenlijsten vanaf de tweede helft van de twaalfde eeuw worden de heren van Voorne voortdurend aangetroffen in de voorste gelederen. Ook de huwelijksbanden van het geslacht Van Voorne vertonen een adellijk patroon. Uit de vroege dertiende eeuw zijn huwelijken bekend met andere voorname adellijke geslachten, waaronder Van Cuyk en Van Cysoing. Deze traditie wordt in de tweede helft van de dertiende en in het begin van de veertiende eeuw voortgezet. Met name deze in het Hollandse en Zeeuwse kustgebied exclusieve adellijke titel in de vroege dertiende eeuw doet vermoeden dat we hier te maken hebben met een bijzonder illuster geslacht, waarvan de oorsprong mogelijk gezocht dient te worden in het grafelijke huis van Holland. Opvallend is in dit verband dat Dirk van Voorne in 1220 graaf Willem I cognatus noemt. Later in de dertiende eeuw noemen Katharina van Voorne en graaf Floris V elkaar herhaaldelijk neve en nichte. In het laatste geval lijkt het waarschijnlijk dat de verwantschap tussen hen beiden berust op huwelijksbanden tussen haar ouderlijk gelacht ? Van Durbuy en Van Kleef ? en het Brabantse hertogenhuis, waarmee ook de Hollandse graven waren vermaagschapt. In het middeleeuwse spraakgebruik worden begrippen als neve, cognatus en consanguineus aangewend om een uiteenlopende reeks van verwantschapsgraden aan te geven. Mogelijk is bij de aanduiding `neve'- althans in de late middeleeuwen ? niet eens verwantschap in het spel. Dat dit laatste hier toch het geval kan zijn geweest, zou verdedigd kunnen worden door te wijzen op de voornamen `Dirk' en `Floris', die bij beide geslachten reeds op een zeer vroeg tijdstip voorkomen en sindsdien als Leitnamen bij beide geslachten functioneren. Ten slotte zou in dit verband nog gewezen kunnen worden op de bijzondere omstandigheid dat de heerlijkheid Voorne en het burggraafschap van Zeeland volgens grafelijk erfrecht vererven; dat wil zeggen in mannelijke, neerdalende lijn. Ook hier treedt de bijzondere band van het geslacht Van Voorne met het Hollandse gravenhuis, waaraan verwantschap ten grondslag kan hebben gelegen, duidelijk naar voren (Graaf en grafelijkheid, blz. 57-58). Wat Coenen onder andere bedoelt is dat de Voornes nagenoeg altijd op de eerste plaats in de getuigenlijsten staan, behoudens dan de naaste en aantoonbare verwanten van de graven van Holland: vrouw, broers, zusters, zonen en dochters en de Van Bentheim-nakomelingen. Als de Voornes aanwezig zijn staan ze nagenoeg altijd voorafgaand aan de andere edelen. De verwantschapslink: De heren van Voorne zijn bekend vanaf de 13e eeuw. In de eerste helft tweemaal in 1108 en vervolgens wat meer vanaf 1156. En dan is het meteen raak. Voorin de getuigenlijsten en meteen met de voornamen Floris en Dirk. Voor zover we mogen veralgemenen vormen deze voornamen een nieuw element in een familie met 6 Hugo's in de 13e eeuw: Hugo I, II, III, Hugo jongere broer van Floris, Hugo Floriszoon, Hugo Dirkszoon. Tegen de opvatting van Hoek valt op te merken dat deze de verwantschap te ver weg zoekt in de 10e eeuw. Er zijn geen tussenliggende generaties Voornes en de `Hollandse' voornamen duiken pas op in de tweede helft van de 12e eeuw. Bovendien zou je op basis van de voorname afstand Hugo II van Voorne wat verder naar voren in de getuigenlijst van 1108 mogen verwachten. Kortom alles wijst er op dat de moeder van Floris, Dirk en Hugo van Voorne uit het Hollandse gravenhuis stamt. Dat de heren van Voorne toen reeds een voornaam adellijk geslacht waren staat buiten kijf. Binnen de kring van Hollandse edelen nemen ze vanaf het begin een prominente positie in. Als huwelijkspartner voor een gravendochter mag je ook niets minder verwachten. Maar het lijkt niet waarschijnlijk dat de gravendochter ook een wettige dochter was. Als we kijken naar de bekende huwelijkspartners van de Hollandse gravendochters dan zijn dat graven en een enkele koning. Vertegenwoordigers van de hogere adel dus en geen lagere regionale adel.