Godefridus Peters van Lanckveldt (1410-1474)

De van Lanckvelts behoorden tot een adellijk geslacht en blijkens hun wapen tot den stam der heren van Erp. Een aardige verklaring van het ontstaan van deze familienaam vindt men bij van 0udenhoven. Hij schrijft: "Onder Gemert leyt het adelyk stamhuys van de edelen genoemt Lanckvelt, welken naem men wil dat sy gekreyhen hebben, omdat sy soo yverich tegghen den vyant streden, dat sy de laetsten of de langhsten in het veld waren" (zie Beschrijving der meyerij van 's-Hertogenbosch, uitgave 1670, blz. 42). De meest bekende van dit geslacht is zeker de vermaarde taalgeleerde Georgius van Lanckvelt, beter bekend onder de griekse naam van Macropedius, fraterheer te Utrecht en te 's-Hertogenbosch, alwaar hij in 1558 overleed en begraven werd in de kapel van het fraterhuis. Deze grafstede was versierd met zijn portret, vrij waarschijnlijk van het penseel van de beroemde schilder Jan van Scorel.

Godefridus bewoonde het Slotje "De Deel" te Gemert. Buiten het oorspronkelijke dorpscentrum, maar tegenwoordig binnen de Gemertse wijk
Molenbroek, ligt het terrein waarop vroeger Het Slotje stond. In de oudste archiefstukken komt de naam als zodanig nergens voor. De oudste vermeldingen van de naam dateren uit het
eind van de 17e eeuw. Het Slotje was toen al omgeven door een gracht. Hoe oud het slotje is, kan moeilijk worden aangegeven. De hoeve is een vroege afsplitsing van het goed Ter
Watermolen, dat zich oorspronkelijk uitstrekte vanaf de Molenstraat tot aan de Deel. Het goed Ter Watermolen wordt voor het eerst vermeld in 1407. Waarschijnlijk is het Slotje aangelegd door Goyard van Lankvelt, schout te Gemert, aan het eind van de 15e eeuw. De familie Van Lankvelt blijft lange tijd eigenaar. Circa 1650 is Jonker Robert de Bever eigenaar van Het Slotje, die getrouwd is met de dochter van Goddart van Lanckvelt (tevens eigenaar van het goed Ten Hogen Aarle). Op een kaart van onze regio van Willibrordus van der Burght staat het Slotje vermeld als het Huis Lancvelt. Op de kadasterkaart van 1832 (zie figuur 2) is Het Slotje nog voor een deel voorzien van een omgrachting. Dat de gracht oorspronkelijk het gehele erf omvatte is zeer waarschijnlijk.